Aandacht krijgen voor een belangrijk punt?

StijfoutMet name in de literatuur en de retorica wordt veel gebruik gemaakt van stijlfiguren om een bepaald effect bij de lezer te bereiken. Vaak wil men hiermee de aandacht van de lezer trekken en hem op een belangrijk punt wijzen.

Een stijlfiguur of stijlmiddel is het doelbewust afwijken van de gebruikelijke betekenis van woorden en/of zinsdelen (taalconventies). Stijlfiguren kunnen worden onderverdeeld in de volgende basiscategorieën:

  • Toevoeging (adiectio), ook wel in de vorm van herhaling
  • Weglating (detractio), verkorting
  • Overdracht (transmutatio) of transfer
  • Permutatie (immutatio), switching, uitwisseling, vervanging

Een voorbeeld van een typische detractio is een tekst die je zou kunnen aantreffen op het vraag- en aanbodbord van je supermarkt:

Te koop:
Honda MT met groot spul erop.
Loopt hard.

Het mooie van deze advertentie is dat hij voor de doelgroep volkomen duidelijk zal zijn, terwijl er feitelijk maar weinig zuivere informatie wordt gegeven.

Een onbedoelde afwijking van de taalconventies wordt geen stijlfiguur genoemd, maar stijlfout. Veel voorkomende stijlfouten zijn

Een uitgebreid overzicht van alle stijlfiguren is te vinden op Wikipedia.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Stijlfiguur, www.hard-c.com/2005/08/26/taalconventies, en.wikipedia.org/wiki/Figure_of_speech

Drogredenen: wapen of valkuil?

Een drogreden is een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. Soms wordt er geargumenteerd op dubieuze wijze, of wordt er helemaal niet geargumenteerd! Vooral drogredenen die als grap overkomen, kunnen goed scoren bij het publiek/de jury. Humor is immers een belangrijk overtuigingswapen, maar als de tegenpartij deze drogredenen weet te ontmaskeren, dan werken ze eerder tegen je. Omgekeerd is het belangrijk drogredenen van de tegenpartij te herkennen en onschadelijk te maken.

Er zijn verschillende soorten drogredenen welke soms moeilijk in een categorie onder te brengen zijn. In de filosofie wordt vaak de indeling volgens Aristoteles gebruikt:

  • Formele drogredenen:
  • Informele drogredenen:
    • Drogredenen waarbij in de premissen verkeerde aannames worden gedaan en dus onjuiste premissen worden gebruikt
    • Drogredenen waarbij de conclusie bereikt wordt door een onjuist gebruik van woorden

Hieronder vind je een aantal drogredenen die nogal eens in debatten worden aangetroffen:

  • Ad hominem argument (de persoonlijke aanval):
    Hierbij wordt op de man gespeeld in plaats van op het ter discussie staande standpunt of argument.
    Bijvoorbeeld: “iedereen behalve mijn tegenstander weet …..” of “wat kan mijn tegenstander als student nou weten van …….?”
  • Het hellend vlak (the slippery slope):
    hierbij wordt ten onrechte gesuggereerd dat een maatregel van kwaad tot erger leidt.
    Bijvoorbeeld: “als we vandaag de viagra-pil in het ziekenfondspakket plaatsen, gaan we morgen BMW’s vergoeden!”
  • Drogreden van de verkeerde tegenstelling (vals dilemma):
    Er worden twee tegengestelde opties gesuggereerd (waar er nog veel meer zijn).
    Bijvoorbeeld: “wat heb je liever in het ziekenfonds: viagrapillen voor macho’s of thuiszorg voor oude omaatjes?”
  • Stropopredenering (stroman/vogelverschrikker):
    Hierbij wordt het standpunt of de argumentatie van de tegenpartij vertekend.
    Bijvoorbeeld: de voorstanders pleiten ervoor viagra niet in het ziekenfonds te plaatsten, omdat andere geneesmiddelen meer urgent zijn en de tegenstander verwoordt dat standpunt als: “de voorstanders hebben aangegeven dat zij totaal niets geven om de patiënten die met viagra gebaat zouden zijn.”
  • De cirkelredenering (petitio principii):
    Hierbij is het aangevoerde argument identiek aan het standpunt dat het moet ondersteunen. Cirkelredeneringen lijken soms heel plausibel (ze zondigen dan ook niet tegen de logica, want ze hebben de onbetwistbare vorm van A = A). Vaak zie je pas op het tweede gezicht dat het argument weinig toevoegt.
    Bijvoorbeeld: De overheid moet het financieren want het is haar taak om dat te doen”. Zonder extra ondersteuning zegt dit argument weinig.
  • Argumentum ad populum (populistische drogreden):
    Hierbij wordt de mening van anderen als enige bewijsvoering aangebracht.
    Bijvoorbeeld: “iedereen is het er over eens dat….” of “duizenden lezers staan achter de denkbeelden van X, dus…..”
  • Bevestigen van de consequens (Ad consequentiam):
    De relatie tussen twee zaken wordt omgedraaid in een als … dan-redenering.
    Bijvoorbeeld: Als een middel helpt, dan zit het in het ziekenfonds, het middel zit in het ziekenfonds (correcte argumenten), dus het middel helpt (incorrecte conclusie).
  • Autoriteitsdrogreden (Ad verecundiam):
    Hierbij wordt ten onrecht de eigen of iemands anders autoriteit aangehaald om een standpunt te ondersteunen.
    Bijvoorbeeld: “Als Veldman zegt dat het zo is, dan zal ze wel gelijk hebben: ze is tenslotte professor”.
  • Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie (Retrorsum causa et effectus):
    Hierbij wordt er al te makkelijk van uitgegaan dat als een verschijnsel na een ander verschijnsel optreedt, het eerste verschijnsel de oorzaak is van de tweede.
    Bijvoorbeeld: “Het invoeren van het alcoholverbod tijdens koniginnenacht was succesvol, want er zijn dit jaar aanzienlijk minder ordeverstoringen geweest”. (Terwijl bijvoorbeeld het feit dat het een zeer koude nacht was een meer voor de handliggende verklaring zou zijn.)

Redeneringen die op drogredenen lijken:

Sommige redeneringen worden soms aangezien voor een drogredeneringen, terwijl het in feite een correcte redeneringen is.

  • Bewijs uit het ongerijmde (Reductio ad absurdum):
    Hiermee wordt bewezen dat een stelling niet waar is, door aan te tonen dat men een absurde conclusie kan trekken als het wel waar zou zijn.
    Dit hoeft niet per se een drogreden te zijn: juist door aan te tonen dat iets niet in alle gevallen waar is, kan men op geldige wijze een stelling weerleggen.
  • Manipulatie met niet aangetoonde bijvoeglijke naamwoorden:
    De toehoorder wordt op het verkeerde been gezet door onterecht gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. Doordat hier snel veel meer zinnen en tekst volgen wordt de toehoorder gemanipuleerd en lijkt de drogredenering op voorhand waar.
    De mentalist zegt: “Dan stop ik nu mijn hand in deze pot waarin de dodelijke slang zich bevindt!”. De slang is onschuldig en niet dodelijk, maar dat weet de toehoorder niet en dus is het een spannende act. 

BRON: nl.wikipedia.org/wiki/Drogreden#Indeling | www.kritischdenken.info | www.websitenederlands.nl/spreken%20en%20luisteren.htm

De standaardgeschilpunten

Vrijwel ieder (beleids)voorstel is te doorgronden door middel van het standaardgeschillenmodel. Met dit model kunt u praktisch ieder voorstel tot de kern terugbrengen: “waar gaat het nu eigenlijk over?”

Probleem:
Waarom hebben we het hier over, wat is er aan de hand? Is het probleem ernstig en urgent? Geef aan waarom we het over dit onderwerp hebben. Waarom is het probleem zo belangrijk dat er actie moet worden ondernomen? (bijv.: er zijn heel erg veel files rondom de gemeente)

Oplossing:
Hoe ga ik dat probleem oplossen? Is de oplossing effectief, structureel en uitvoerbaar? De oplossing is vaak het standpunt (bijv.: we bouwen er een snelweg bij)

Gevolgen:
Wat zijn de gevolgen van dat plan? Dit zijn ook vaak argumenten: bij kilometerheffing is een gevolg naast het oplossen van files bijvoorbeeld ook het besparen van kosten, dit kan een argument zijn. Kijk goed naar de positieve (of negatieve) gevolgen van het plan (bijv.: een snelweg is erg duur en vervuilend, tegenargumenten die u altijd kunt verwachten).

Zeven standaard geschilpunten
Binnen het amerikaans parlementaire debat, vaak afgekort tot AP, wordt het standaardgeschillenmodel uitgebreid tot zeven standaard geschilpunten (vaak afgekort tot sgp). Het gebruik van sgp’s zorgt voor een logische en duidelijke structuur waardoor jury en publiek kan worden overtuigd.

  1. Probleem:
    Er is sprake van een probleem of een van gemist voordeel.
  2. Ernst en omvang:
    De problemen zijn urgent en de omvang is dusdanig, dat er een nieuw beleid moet komen.
  3. Inherentie:
    De problemen worden veroorzaakt door het huidige beleid.
  4. Het plan:
    Formuleer een nieuw beleid welke de problemen zal verminderen of doen laten verdwijnen.
  5. Doeltreffendheid:
    Laat zien dat het plan doeltreffend de problemen aanpakt
  6. Uitvoerbaarheid:
    Laat zien dat het nieuwe beleid uitvoerbaar is
  7. Consequenties:
    De voordelen van het nieuwe beleid wegen op tegen de eventuele nadelen

bron: www.debat.nl