Drogredenen: wapen of valkuil?

Een drogreden is een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. Soms wordt er geargumenteerd op dubieuze wijze, of wordt er helemaal niet geargumenteerd! Vooral drogredenen die als grap overkomen, kunnen goed scoren bij het publiek/de jury. Humor is immers een belangrijk overtuigingswapen, maar als de tegenpartij deze drogredenen weet te ontmaskeren, dan werken ze eerder tegen je. Omgekeerd is het belangrijk drogredenen van de tegenpartij te herkennen en onschadelijk te maken.

Er zijn verschillende soorten drogredenen welke soms moeilijk in een categorie onder te brengen zijn. In de filosofie wordt vaak de indeling volgens Aristoteles gebruikt:

  • Formele drogredenen:
  • Informele drogredenen:
    • Drogredenen waarbij in de premissen verkeerde aannames worden gedaan en dus onjuiste premissen worden gebruikt
    • Drogredenen waarbij de conclusie bereikt wordt door een onjuist gebruik van woorden

Hieronder vind je een aantal drogredenen die nogal eens in debatten worden aangetroffen:

  • Ad hominem argument (de persoonlijke aanval):
    Hierbij wordt op de man gespeeld in plaats van op het ter discussie staande standpunt of argument.
    Bijvoorbeeld: “iedereen behalve mijn tegenstander weet …..” of “wat kan mijn tegenstander als student nou weten van …….?”
  • Het hellend vlak (the slippery slope):
    hierbij wordt ten onrechte gesuggereerd dat een maatregel van kwaad tot erger leidt.
    Bijvoorbeeld: “als we vandaag de viagra-pil in het ziekenfondspakket plaatsen, gaan we morgen BMW’s vergoeden!”
  • Drogreden van de verkeerde tegenstelling (vals dilemma):
    Er worden twee tegengestelde opties gesuggereerd (waar er nog veel meer zijn).
    Bijvoorbeeld: “wat heb je liever in het ziekenfonds: viagrapillen voor macho’s of thuiszorg voor oude omaatjes?”
  • Stropopredenering (stroman/vogelverschrikker):
    Hierbij wordt het standpunt of de argumentatie van de tegenpartij vertekend.
    Bijvoorbeeld: de voorstanders pleiten ervoor viagra niet in het ziekenfonds te plaatsten, omdat andere geneesmiddelen meer urgent zijn en de tegenstander verwoordt dat standpunt als: “de voorstanders hebben aangegeven dat zij totaal niets geven om de patiënten die met viagra gebaat zouden zijn.”
  • De cirkelredenering (petitio principii):
    Hierbij is het aangevoerde argument identiek aan het standpunt dat het moet ondersteunen. Cirkelredeneringen lijken soms heel plausibel (ze zondigen dan ook niet tegen de logica, want ze hebben de onbetwistbare vorm van A = A). Vaak zie je pas op het tweede gezicht dat het argument weinig toevoegt.
    Bijvoorbeeld: De overheid moet het financieren want het is haar taak om dat te doen”. Zonder extra ondersteuning zegt dit argument weinig.
  • Argumentum ad populum (populistische drogreden):
    Hierbij wordt de mening van anderen als enige bewijsvoering aangebracht.
    Bijvoorbeeld: “iedereen is het er over eens dat….” of “duizenden lezers staan achter de denkbeelden van X, dus…..”
  • Bevestigen van de consequens (Ad consequentiam):
    De relatie tussen twee zaken wordt omgedraaid in een als … dan-redenering.
    Bijvoorbeeld: Als een middel helpt, dan zit het in het ziekenfonds, het middel zit in het ziekenfonds (correcte argumenten), dus het middel helpt (incorrecte conclusie).
  • Autoriteitsdrogreden (Ad verecundiam):
    Hierbij wordt ten onrecht de eigen of iemands anders autoriteit aangehaald om een standpunt te ondersteunen.
    Bijvoorbeeld: “Als Veldman zegt dat het zo is, dan zal ze wel gelijk hebben: ze is tenslotte professor”.
  • Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie (Retrorsum causa et effectus):
    Hierbij wordt er al te makkelijk van uitgegaan dat als een verschijnsel na een ander verschijnsel optreedt, het eerste verschijnsel de oorzaak is van de tweede.
    Bijvoorbeeld: “Het invoeren van het alcoholverbod tijdens koniginnenacht was succesvol, want er zijn dit jaar aanzienlijk minder ordeverstoringen geweest”. (Terwijl bijvoorbeeld het feit dat het een zeer koude nacht was een meer voor de handliggende verklaring zou zijn.)

Redeneringen die op drogredenen lijken:

Sommige redeneringen worden soms aangezien voor een drogredeneringen, terwijl het in feite een correcte redeneringen is.

  • Bewijs uit het ongerijmde (Reductio ad absurdum):
    Hiermee wordt bewezen dat een stelling niet waar is, door aan te tonen dat men een absurde conclusie kan trekken als het wel waar zou zijn.
    Dit hoeft niet per se een drogreden te zijn: juist door aan te tonen dat iets niet in alle gevallen waar is, kan men op geldige wijze een stelling weerleggen.
  • Manipulatie met niet aangetoonde bijvoeglijke naamwoorden:
    De toehoorder wordt op het verkeerde been gezet door onterecht gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. Doordat hier snel veel meer zinnen en tekst volgen wordt de toehoorder gemanipuleerd en lijkt de drogredenering op voorhand waar.
    De mentalist zegt: “Dan stop ik nu mijn hand in deze pot waarin de dodelijke slang zich bevindt!”. De slang is onschuldig en niet dodelijk, maar dat weet de toehoorder niet en dus is het een spannende act. 

BRON: nl.wikipedia.org/wiki/Drogreden#Indeling | www.kritischdenken.info | www.websitenederlands.nl/spreken%20en%20luisteren.htm